Mening

Kunnen jongeren het alleen of moet de industrie ze helpen?

Philip den Ouden
Rob Oudkerk

Andere producten, betere voorlichting: wat is nodig om jongeren gezond te laten eten?

Philip den Ouden
Directeur Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI)

Philip den Ouden 
Jongeren zijn niet in staat om zelf gezonde keuzes te maken. Afhankelijk van de leeftijd en mentale ontwikkeling zijn veel jongeren hier wel degelijk toe in staat. Het is echter de vraag of ze zelf altijd de gezonde keuzes willen maken. Uit een onderzoek van de FNLI van een paar jaar geleden blijkt dat veel middelbare scholieren (met name uit de steden) het eten ‘thuis’ associëren met ‘gezond’ en dat wat ze zelf aan etenswaren kopen dat niet hoeft te zijn, omdat gezond bij thuis hoort. Bij een dergelijke mindset is het moeilijk te stellen dat ze ergens niet toe in staat zijn.
Voor jongere kinderen geldt natuurlijk een andere situatie. Daarbij is het van grote betekenis dat ouders het goede voorbeeld geven, en dat kinderen leren om met verleidingen uit de omgeving om te gaan. Dat geldt uiteraard ook voor verleidingen wat eten en drinken betreft.

Rob Oudkerk
Arts en lector Leefstijlverandering jongeren, Haagse Hogeschool

Rob Oudkerk Die stelling is onzin. Jongeren zijn zeer wel in staat keuzes te maken. De wetenschap laat zien dat jongeren de hele dag zeer gerichte keuzes maken op het gebied van ‘cool zijn’, risico’s nemen, roken, drinken, seks, games, mode en nog 100 andere dingen. Multitaskend banen ze zich een weg door de wereld van too many choices. Dat valt waarachtig niet mee.
Ze zijn in deze zaken 1000 keer meer geïnteresseerd dan in gezondheidsboodschappen. Een overheid die zich in een allesomvattende onwetendheid en onkunde blijft wentelen als het gaat om communicatie met jongeren, organiseert permanent haar eigen teleurstelling. Jongeren zijn prima in staat om de goede keuzes te maken, als je ze aanspreekt op die dingen waar ze de hele dag mee bezig zijn. Dat is de meest basale communicatiewet. En als we die niet steeds met voeten blijven treden, kunnen jongeren prima hun eigen keuzes maken, zelfs gezonde.

De enige effectieve en bewezen methode om jongeren op gezond gewicht te houden, is de JOGG-aanpak. De bijdrage van het bedrijfsleven, inclusief de voedingsmiddelenindustrie, op lokaal niveau is hierbij essentieel.

Philip den Ouden

De enige effectieve en bewezen methode om de stijging van overgewicht bij jongeren (0-19 jaar) om te zetten in een daling, is de JOGG-aanpak (Jongeren op Gezond Gewicht), waarbij overheden en bedrijfsleven lokaal samenwerken. De FNLI heeft zich vanaf het begin hardgemaakt om jongeren expliciet in het Convenant Gezond Gewicht een plek te geven. Vanuit de maatschappelijke betrokkenheid op het thema voeding en gezondheid is de levensmiddelenindustrie partner van JOGG. Andere private partners zijn bijvoorbeeld horeca, retail en zorgverzekeraars. Er zijn steeds meer ondernemers die in hun gemeente kennis, menskracht, ervaring, producten en financiële middelen beschikbaar stellen. Zo levert het bedrijfsleven kennis over sociale marketing om jongeren te verleiden tot gezond gedrag. De resultaten van JOGG tot nu toe zijn veelbelovend: bijvoorbeeld in Overvecht (gemeente Utrecht) is het percentage overgewicht onder jongeren in vier jaar tijd met 7% gedaald. Maar we zijn er nog lang niet. Volgens staatssecretaris Van Rijn (VWS) moeten alle 408 gemeenten aan de slag met JOGG. Die oproep ondersteunen wij van harte.

Rob Oudkerk

Wereldwijd is de methodologie van de JOGG-aanpak bewezen effectief. Maar het gaat natuurlijk om de tweede zin van de stelling. Wat doet de lokale buurtsuper? Werkt die mee om producten die minder gezond zijn op plekken te leggen die minder in het oog springen? Prachtig. Werkt die mee aan lokale initiatieven om een wijk gezonder te maken door gezonde lunches te helpen organiseren? Geweldig. Doet die mee aan voorlichting? Hulde. Maar daar waar de lokale buurtsuper haar best doet, blijft de voedingsmiddelenindustrie als een dolle reclame maken voor producten die jongeren ‘vet cool’ of gewoon lekker vinden, en dus graag kopen.
Reclame voor ongezonde producten werkt als een tierelier, anders zou de industrie er wel mee stoppen. Het lokale niveau, waar veel goedwillenden zijn, en waar de bijdrage van het bedrijfsleven zeer te prijzen is, zou een steun in de rug van het zelfde bedrijfsleven goed kunnen gebruiken. Act local, think global is onvoldoende; het moet tevens act global worden.

De verantwoordelijkheid van de voedingsmiddelenindustrie in het aanbod voor jongeren is later in het leven eenzaak van leven of dood. Daarom moet de industrie haar normen en waarden hoognodig herijken.

Philip den Ouden

Het is irreëel te verwachten dat een chocoladefabrikant ineens diepvriesgroente gaat produceren. Wel kunnen voedingsmiddelenproducenten door productinnovatie en -herformulering werken aan de voedingskundige samenstelling van producten. Als het herijken van normen en waarden betekent dat bedrijven aan productaanpassing moeten werken, onderschrijven we dat. Zo is er de afgelopen jaren vijftien procent zout uit jonge kaas gehaald. Veel fabrikanten hebben harde doelen voor zoutreductie neergezet in 2012. Portiegroottes en calorieën in producten worden gereduceerd, en er wordt gewerkt aan de vetzuursamenstelling van producten. In het FNLI Zichtboek laat onze achterban zien wat zij doen om overgewicht terug te dringen. Dit blijven we stimuleren en zeer actief uitdragen. Uiteindelijk gaat het erom dat jongeren een gezonde leefstijl adopteren. Dat gaat verder dan voeding. Gevarieerd en niet te veel eten, evenals beweging, zijn daarin wel heel belangrijke componenten.

Rob Oudkerk

De kranten stonden er kortgeleden vol mee: in 2040 moeten de jongeren van nu 45% van hun inkomen aan zorgkosten betalen! Die zorgkosten worden voor een (groot) deel veroorzaakt door de gevolgen van alcoholgebruik, roken, ongezond leven en te weinig bewegen: hart- en vaatziektes, diabetes, longaandoeningen en kanker, voor een groot deel vermijdbare aandoeningen. Iedereen die jongeren direct of indirect aanzet tot gebruik van alcohol, roken of ongezond voedsel heeft dus medeverantwoordelijkheid voor gierend uit de hand lopende zorgkosten. Aangezien geld nog vaak de prikkel is die aanzet tot gedragsverandering, verwacht ik naast die grote invloed van onbetaalbaarheid van premies ook dat – net als nu in Amerika bij de tabaksindustrie – grote schadeclaims worden ingediend bij bedrijven die ongezonde producten maken. Toekomstmuziek? Zeker. Maar bedrijven zouden nú de handen ineen moeten slaan om te kijken of ze medeschuldig willen worden aan dit grote zorg- en maatschappelijke probleem, of dat ze een andersoortige verantwoordelijkheid gaan nemen.